IPv4 versus IPv6

IPv4 versus IPv6

IPv4 en IPv6 zijn de twee versies van het Internet Protocol die bepalen hoe apparaten op internet een adres krijgen. Het belangrijkste verschil zit in het aantal beschikbare adressen en de opbouw van het adres zelf.

IPv4: de klassieke standaard

IPv4 bestaat uit vier groepen cijfers gescheiden door punten, bijvoorbeeld 192.0.2.1. Dit systeem biedt ruimte voor ongeveer 4,3 miljard unieke adressen. Dat leek in de jaren 80 onuitputtelijk, maar door de groei van internet — en vooral door smartphones en slimme apparaten — zijn de meeste IPv4-adressen inmiddels uitgegeven.

IPv6: de opvolger met (bijna) oneindig veel adressen

IPv6-adressen zien er anders uit, bijvoorbeeld 2001:41d0:2:969b::1, en bestaan uit acht groepen van hexadecimale cijfers. Dit systeem biedt ruimte voor 340 sextiljoen adressen — genoeg om ieder apparaat op aarde voor altijd van een eigen adres te voorzien.

Waarom hebben we ze allebei nog?

Niet elke internetprovider, router of website ondersteunt IPv6 volledig, dus de meeste netwerken draaien op dit moment “dual-stack”: zowel IPv4 als IPv6 tegelijk. Je apparaat gebruikt dan automatisch de verbinding die het beste werkt. Bovenaan deze website kun je precies zien of jouw verbinding IPv4, IPv6, of beide ondersteunt.

Is IPv6 beter dan IPv4?

IPv6 lost het ruimtetekort van IPv4 op en is in sommige gevallen efficiënter doordat er minder omwegen (zoals NAT) nodig zijn. Voor de meeste gebruikers merk je in de praktijk weinig verschil — beide protocollen doen gewoon hun werk op de achtergrond.